De dwangarbeiders werkten met een dagshift en een nachtshift. Hier geven we een overzicht van de inzet van de dagploeg. Ze werkten van 7 tot 19 uur. Dit gaf recht op een etensbon, waarmee ze na aankomst in het kamp een rantsoen eten konden afhalen. De nachtploeg werkte men om 16.00 uur. Zij werkten van 19.00 uur tot 7.00 uur.
De dwangarbeiders leefden in Kahla in zeer ellendige omstandigheden.
In lager E werden ze gehuisvest in een houten barakkenkamp. Het ging hier om enkelwandige barakken, die vaak niet voorzien waren van een kacheltje.
Ze werden verplicht van onmenselijk zwaar werk uit te voeren. Het merendeel van de dwangarbeiders werkte immers aan de startbaan, het boren van de tunnels of het bouwen van de bunkers.
De hygiëne in het kamp was rampzalig. Er heerste ook een vreselijke luizenplaag. Doordat de mannen weinig mogelijkheid hadden om zich te wassen en te verschonen, kon deze niet bedwongen worden.
Ziektes
Zeer veel dwangarbeiders werden ziek. De “ziekenbarak” kwam er pas in december 1944. Deze ziekenbarak stond onder leiding van een Belgische SS’er die besliste in het kamp wat er met de zieken gebeurde: blijven werken, toelating om in het kamp zelf te werken gedurende een aantal dagen, toelating om in de barak te blijven, opname in de ziekenbarak of doorverwijzing naar een ziekenhuis.
Als je geen 39° koorts had, was je niet ziek!
Er was zo goed als geen medicatie.
Veel voorkomende ziekten waren: dysenterie (bloederige besmettelijke diarree), difterie (kroep), oedemen, verzweringen, tuberculose, tyfus, longontsteking, …
Een zieke kreeg enkel half rantsoen, want wie niet werkte, hoefde ook niet te eten!
Ondervoeding
Vanaf januari 1945 bestond het rantsoen uit een stuk brood en een liter soep PER DAG! Zieken ontvingen slechts een half rantsoen.
Mishandelingen
Voor het kleinste misdrijf was de minimumstraf 25 matrakslagen. Als bijvoorbeeld bij één van de nachtelijke zoektochten in de barakken bleek dat iemand aardappelen verborgen had, dan betekende dat diefstal en de straf ken je al.
Zeer koude winter: -20° / Gebrek aan aangepaste kledij
De winter van 1944-1945 was zeer koud. Het vroor gemiddeld -20° en slechte kleding en ondervoeding begonnen hun tol te eisen. De dwangarbeiders werden immers in juli en augustus 1944 in België opgepakt in hun zomerhemd. Niemand was voorzien op de zeer koude wintermaanden. Sommigen hadden het geluk dat ze ginds wat warmere kleding konden bemachtigen. Veel anderen kenden dit geluk niet! Zij moesten zich behelpen met hun deken en cementzakken vanop de Walpersberg die opengesneden werden.



Een reactie achterlaten